In de voorlaatste ronde is de opmars van Ed Oosterlaken dan eindelijk tot staan gebracht. Marcel Schroer, die tot nu toe alleen één halfje aan Henk Dankers had afgestaan, riep Ed hoogstpersoonlijk tot de orde. Het zij verre van mij om een inhoudelijk oordeel te geven over hun partij. Maar spectaculair was het wel. In het Frans met Dg4 komt het nogal eens voor dat de Dames, als Achilles en Hector in hun beste dagen, dood en verderf zaaien in de vijandelijk linies. De witte Dame op de koningsvleugel, de zwarte Dame op de Damevleugel. Zo ook in deze partij. Bovendien wisten beide heren hun pionnen zodanig op te laten rukken dat op een gegeven moment Marcel één en Ed zelfs twee pionnen op promoveren had staan. Marcel rende toen de zaal in om daar twee zwarte en één witte Dame te halen en naast het bord te plaatsen. Er stonden vervolgens dan ook vier Dames op het bord. Ik kan me niet herinneren dat ik dat wel eens eerder “in het echt” had gezien. Enfin, Marcel won, en nam wellicht een voorschot op de prestigieuze titel “Open Kampioen van Woerden”. Volgens mij is Marcel erg gemotiveerd om het toernooi te winnen. Tot driemaal toe heeft hij die “jonge gassies” voor moeten laten gaan, maar nu heeft hij alles in eigen hand. Wat overigens niet betekent dat hij er al is, want tussen Marcel en de nummer 5 van de ranglijst is er slechts één punt verschil.

Aan bord twee speelde Jim Reed tegen Sten Goes een soort combinatie van Frans en Caro Kann. Ik weet trouwens niet of dat wel volgens de spelregels mag, twee openingen tegelijk spelen. Op een gegeven moment waren beide heren er in geslaagd om liefst zeven stukken op de b-lijn te plaatsen. Mijn foute Tim-Krabbé opvoeding (“Schaakcuriosa”) leidt er in zo'n geval toe dat ik alleen nog maar kan kijken naar zetten die een achtste stuk ook op de b-lijn plaatsen. Dit lukte de heren niet, wat ik licht teleurstellend vond. Nogmaals: uw nederige verslaggever past grote bescheidenheid, maar ik kon me toch niet aan de indruk onttrekken dat Sten Jim behoorlijk aan het “pletten” was (om in het jargon van de oprukkende jeugd te blijven). In elk geval won hij.

Ik zelf was per ongeluk aan bord 3 beland. Daar was ik zo zenuwachtig over dat ik het halve weekend had besteed aan het voorbereiden van mijn partij, want ik wist zeker dat Arno Luinenberg de Siciliaan speelde. Maar welke Siciliaan, dat wist ik dan weer niet. Dus bestudeerde ik de Draak, de Najdorf, de Taimanov en de Svesjnikov (U bent gewaarschuwd voor het volgende seizoen). Maar natuurlijk beantwoordde Arno mijn 1. e4 met 1. …, e5. Ik wist de partij met wat geluk remise te maken.

Aan bord 4 kon ik het fenomeen Henk Dankers nog eens van dichtbij volgen. Henk heeft de gewoonte om tijdens de partij de indruk te wekken dat hij zelf niet begrijpt hoe hij aan zo'n hoog bord verzeild is geraakt, dat hij eigenlijk aan bord 24 thuis hoort, en dat hij er vrede mee zou hebben als zijn tegenstander (in dit geval Frank van de Pavoordt) hem in een zetje of 20 van het bord zou meppen. Maar ondertussen. Henk heeft dit toernooi al gewonnen van Arno Luinenburg (en die heeft 250 ELO-punten meer) en remise gespeeld tegen Marcel Schroer (en die heeft nog veel meer ELO-punten meer). Maar in deze partij kon Henk het niet bolwerken, waardoor Frank in de slotronde nog een belangrijke rol kan gaan spelen. Komt dat zien, komt dat zien!

 

Henk de Heer